in

Verdachte: ‘Dood vrouw geen liquidatie, maar gevolg van bondageseks’

Erwin G. heeft in hoger beroep toegegeven dat hij in 2018 betrokken was bij de dood van zijn vriendin Edita Moliené in Bussum.


De 47-jarige G. zegt dat hij haar stoffelijk overschot in de Muidertrekvaart heeft gegooid nadat ze, volgens zijn verklaring, was omgekomen tijdens de bondageseks. De rechtbank veroordeelde G. in 2020 tot een celstraf van 14,5 jaar.

Touw en tiewraps
Het lichaam van de 42-jarige vrouw uit Naarden werd op 20 september 2018 gevonden in de Muidertrekvaart, tussen Muiden en Amsterdam.

Ze was gewikkeld in een opblaaszwembad en met touw en tiewraps geboeid. Ook zat er een plastic zak om haar hoofd en een touw om haar hals.

Bij de rechtbank zei G. eerder dat de vrouw op 10 september 2018 zijn woning in Bussum had verlaten en dat hij haar daarna niet meer had gezien.

Lees ook  Vrouw (65) zeer ernstig gewond, partner (65) verdacht van poging doodslag

G. stuurde zijn nieuwe verklaring in april naar het gerechtshof in Leeuwarden. Op 25 april is hij gehoord door de politie.

Volgens hem is de vrouw onwel geworden tijdens bondageseks en heeft hij geprobeerd om haar bij te brengen, zonder succes.

‘Samenloop van omstandigheden’
Daarna heeft hij haar lichaam verpakt en in de Muidertrekvaart gegooid, aldus G. “Ik heb haar niet met opzet iets aangedaan”, zei hij donderdag in het hof.

“Het is geen liquidatie. Het is een samenloop van omstandigheden die ongelukkig uitpakte.” Volgens G. was er sprake van paniek, mogelijk een psychose. Ook zou er sprake zijn geweest van drugsgebruik.

De rechter veroordeelde G. tot een celstraf van veertien jaar. Omdat er ook vuurwapens en munitie zijn gevonden in zijn woning, kwamen er zes maanden bij.

Lees ook  Vrouw opgepakt nadat ze politie vroeg wat ze met lijk van zoon moest doen

Alleen G. is in hoger beroep gegaan. Het Openbaar Ministerie eiste een celstraf van vijftien jaar. Justitie zette tijdens het onderzoek twee undercoveragenten in.

Persoonlijkheidsonderzoek
De nieuwe advocaat van G. vroeg het hof om het hoger beroep uit te stellen om zich te kunnen verdiepen in het dossier en de nieuwe verklaringen van G. Ook wilde G. het verslag van zijn recente verhoor goed nalezen; hij wil er zeker van zijn dat er geen onjuistheden in staan.

Het hof gaf daaraan gehoor. Daarbij speelt mee dat G. nu wel wil meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek in het Pieter Baan Centrum.

Dit weigerde hij eerder. Ook wil het hof, met de bekentenis van G., nader onderzoek naar de verwondingen van de vrouw. De zaak wordt niet voor november behandeld.

Beschonken chauffeur bestuurt bus vol kinderen op schoolreis

Meer aangiftes van drogeren met een naald, landelijk beeld ontbreekt