in

Terminale moeder mag zoon niet van school halen voor laatste vakantie samen: “Geen uitzonderlijke situatie”

Omdat ze nog slechts enkele maanden te leven heeft, wou een ongeneeslijk zieke moeder (36) uit het Engelse Milton Keynes nog een laatste keer op vakantie gaan met haar drie kinderen. Daarom diende ze bij de school van haar jongste zoon een aanvraag in om hem buiten de vakantieperiodes te kunnen meenemen. Maar de directie weigerde: “Dat is geen uitzonderlijke omstandigheid.”

Angela Rose (36) schreef een brief aan de school van haar achtjarige zoontje Carlo om te vragen of ze buiten de vakantieperiodes samen van een laatste reis mochten genieten. Ze legde daarin ook uit dat ze nog slechts enkele maanden te leven heeft.

Maar de directie van de school weigerde haar verzoek. “Zoiets is enkel mogelijk voor studenten in uitzonderlijke omstandigheden”, klonk het.

“Hoezo, niet uitzonderlijk?”

Voor moeder Angela, die veertien maanden geleden de diagnose van terminale borstkanker kreeg, een onbegrijpelijk antwoord. “Als een stervende moeder geen uitzonderlijke situatie is, dan weet ik niet welke situatie wél uitzonderlijk genoemd kan worden”, zegt ze.

Ze reageerde dan ook zeer kwaad op het onverwachte antwoord van de school. Zo kwaad dat de school zich intussen geëxcuseerd heeft, en op de beslissing is teruggekomen.

“Hoewel we wisten dat ze gezondheidsproblemen had, beseften we niet hoe ernstig de situatie is”, aldus de directie van de school. “We hadden de zaak beter moeten bekijken en het spijt ons. Uiteraard zal Carlo de school mogen verlaten buiten de gewone vakantieperiodes.”

Hoewel ze nu toch met z’n allen op vakantie kunnen, is de moeder nog steeds van slag. “Ik heb eigenhandig een formulier ingevuld om de situatie uit te leggen”, zegt ze. “Ik heb duidelijk geschreven dat ik terminaal ziek ben en dat het onze laatste vakantie samen kan zijn. Ik weet echt niet hoe je zoiets dan verkeerd zou kunnen begrijpen…”

“Dag meneer, ik denk dat mijn papa dood is.” Hoe een jongetje (5) het leven van zijn vader redde met één telefoontje

Op school werd ik constant gepest. Ze noemden me hagedis en pad