in

Cocaïne gevonden in bloed chauffeur truckongeluk Nieuw-Beijerland, blijft wel op vrije voeten

In het bloed van de Spaanse vrachtwagenchauffeur die eind augustus bij het dodelijke ongeval in Nieuw-Beijerland betrokken was, is cocaïne gevonden.

Het Gerechtshof in Den Haag stelt dat er ‘ernstige vermoedens’ zijn dat de man na middelengebruik “waaronder cocaïne” met een vrachtauto is gaan rijden.

De man hoeft voorlopig niet terug de cel in en blijft onder “bijzondere voorwaarden” op vrije voeten. schrijft NU.nl.

Door de advocaat-generaal is, conform de appelmemorie d.d. 16 september 2022, betoogd dat de rechtbank ten onrechte de voorlopige hechtenis van de verdachte heeft opgeheven omdat er ernstige bezwaren zijn en de recidivegrond aanwezig is. In dat kader is mede gewezen op de stress waarin de verdachte verkeerde, met name gelet op zijn financiële problematiek, terwijl deze problematiek ook nu nog bestaat, alsmede op de aanwezigheid van cocaïne in zijn bloed ten tijde van het feit. De advocaat-generaal heeft voorts betoogd dat het Openbaar Ministerie kan instemmen met schorsing van de voorlopige hechtenis, mits onder voorwaarden.

Het hof stelt ten eerste vast dat aan de orde is artikel 175, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, in verbinding met het eerste lid van dat artikel. Op grond van artikel 67, eerste lid onder c, van het Wetboek van Strafvordering, is voorlopige hechtenis toegelaten. Het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt is dat hij, als chauffeur van een vrachtwagen, op 27 augustus 2022 te Nieuw-Beijerland een ongeval heeft veroorzaakt ten gevolge waarvan zeven personen zijn overleden en een aantal personen (ernstig) gewond is geraakt. Het hof is van oordeel dat de ernstige bezwaren aanwezig zijn, gelet op de resultaten van de toxicologische screening van 29 augustus 2022, waarin een aanwijzing is geconstateerd voor de aanwezigheid van een concentratie cocaïne en een omzettingsproduct in het bloed van de verdachte. De vraag of sprake is geweest van een epileptische aanval bij de verdachte is op dit moment nog onderwerp van onderzoek. Een en ander maakt dat de ernstige bezwaren thans in voldoende mate gegeven zijn.

Het hof is voorts met de advocaat-generaal van oordeel dat er een grond voor voorlopige hechtenis aanwezig is. Daarbij overweegt het hof dat er een ernstig vermoeden is dat verdachte na middelengebruik, waaronder cocaïne, met een vrachtauto is gaan rijden. Het hof betrekt daarbij dat de verdachte vrachtwagenchauffeur is geworden omdat hij door een arbeidsongeval voor zijn eigen beroep arbeidsongeschikt was geworden. Als vrachtwagenchauffeur kon hij in zijn onderhoud en dat van zijn gezin blijven voorzien. Een derde heeft zijn opleiding bekostigd. Het voorgaande leidt tot de vrees dat verdachte wederom een motorrijtuig gaat besturen en hij opnieuw een verkeersongeval zou kunnen veroorzaken en aldus de gezondheid en/of veiligheid van personen in gevaar zou kunnen brengen.

Het hof komt aldus tot het oordeel dat het appel tegen de opheffing van de voorlopige hechtenis moet worden toegewezen.

De beoordeling van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis

In raadkamer is namens de verdachte bij gelegenheid van de behandeling van het hoger beroep om schorsing van zijn voorlopige hechtenis verzocht. Als belang van de verdachte is verwezen naar hetgeen is aangevoerd op de zitting van 8 september 2022.

Het hof komt in het onderhavige geval tot het oordeel dat het persoonlijke belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis dient te prevaleren boven het strafvorderlijke belang bij voortduring ervan. Dit brengt mee dat het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt toegewezen.

Opa die kleinkind misbruikte: Ze gaf nooit aan dat ze niet wilde daarom ging ik door

Bakker opgepakt die hennepkoekjes bakt