in

Annelies (40) liet haar zoon uit huis plaatsen: “Het Overheerste ons gezin. Alles. Nu is er verdriet én rust”

Annelies (40) en Peter (44) hebben samen twee kinderen: Merlijn (12) en Isabelle (9). Sinds anderhalf jaar woont Merlijn op een zorgboerderij: vanwege zijn autisme-stoornis was hij thuis niet meer te handhaven. “Ik heb vreselijk gehuild toen ik zijn tas inpakte. Een kind van elf dat uit huis gaat, het hóórt gewoon niet.”

Annelies: “Een van mijn lievelingsfoto’s is die waarop we als gezin een ijsje eten tijdens een dagje Apenheul. Voor buitenstaanders een volkomen normale situatie: vader, moeder en twee kinderen op een bank. Voor ons iets bijzonders, omdat onze zoon van 12 niet meer bij ons woont en we de momenten koesteren waarop we een gezin vormen.”

Anders
“Al jong merkten we dat Merlijn anders was. Als eenjarige fladderde hij met zijn handjes als hij liep, dat kon een teken van autisme zijn. En toen hij drie was, merkte mijn schoonzus die met kinderen met autisme heeft gewerkt, dat Merlijn geen contact maakte. Ook zij sprak haar autismevermoedens uit, maar Peter en ik wilden geen stempel op ons kind plakken. Al zagen we zelf ook dat Merlijn erg gefocust was op zijn dinosaurussen en graag op zichzelf was.

IQ
“Op de kleuterschool konden we er niet meer omheen. Tijdens het eerste tienminutengesprek sprak zijn juf haar zorgen uit over Merlijns gedrag. Er volgde een IQ-test. Met Merlijns intelligentie bleek niets mis, wel had hij een te lage verwerkingssnelheid. Daardoor raakte zijn brein snel overprikkeld en kon hij niet tegen harde geluiden.

PDD-NOS
“In groep twee werd hij onderzocht en gediagnosticeerd met PDD-NOS, een lichte vorm van autisme. We kregen handvatten om hem te helpen. Merlijn deed groep twee over met het advies daarna naar het speciaal basisonderwijs te gaan. Voor ons weer een bericht waaraan we moesten wennen. We probeerden toch nog een paar weken groep drie, maar dat ging niet. De klas was druk en Merlijn vond het er vreselijk.

Steeds minder eropuit
“Pas toen Merlijn naar het speciaal onderwijs ging, bloeide hij op. Op school ging het nu heel goed, maar thuis niet. Merlijn had last van woedeaanvallen en kon heel dwingend zijn. Ik omschrijf het vaak met de metafoor van een knikkerbaan. Als Merlijn ergens boos om was, moest zijn knikkertje eerst de hele baan afrollen, voordat hij het kon loslaten. Vaak ging hij door het lint en gooide hij spullen door de kamer. Er was dan geen contact met hem te krijgen.

Veilig op zolder
“Ik stond daardoor constant op scherp: hoe voelt Merlijn zich? Hoe gedraagt hij zich? Dat betekende dat er minder aandacht was voor Isabelle. Samen rustig een spelletje Monopoly spelen, kon bijvoorbeeld niet, want wat als haar broer ontspoorde? Meestal bracht ik haar onder als ik wist dat Merlijn op school een feestje had gehad en overprikkeld thuis zou komen of ik liet haar bij de buurvrouw spelen als Merlijn om zich heen schopte en sloeg. Isabelle paste zich zelf ook aan. Eén keer riep ze me: ‘Mam, kom mee naar zolder, daar zijn we veilig voor Merlijn.’ Idioot natuurlijk, maar als je in die situatie zit, lijkt dat normaal.

Rouwproces
“Als gezin gingen we er steeds minder op uit, want Merlijn liep vaak weg of werd agressief. Meestal splitsten Peter en ik ons op. Dan ging één van ons met Isabelle op zaterdagavond naar een verjaardag of etentje. Dat Peter en ik nog bij elkaar zijn, is ook een groot geluk. Ik snap dat ouders uit elkaar gaan, want er komt veel druk op je relatie te staan. Het verdriet en de zorg om een speciaal kind is een soort rouwproces dat je allebei anders beleeft. Ik was al veel eerder bezig mijn gezin te redden, terwijl Peter alleen Merlijn wilde redden. Bij beslissingen als speciaal basisonderwijs of hulp inroepen, liep ik voor op Peter. Dat zorgde voor frictie tussen ons, maar nooit zo heftig dat we er samen niet meer uitkwamen. De liefde voor elkaar en het gezin bond. We zeggen ook vaak: wij gaan nooit meer uit elkaar. We hebben zo veel meegemaakt, wij kunnen echt alles aan.”

Lees ook  Celine Huijsmans uit haar "panty" gescheurd tijdens oefenen voor Dancing on Ice

Nieuwe diagnose
“Een hulpverlener zei ooit tegen ons: ‘Je hebt draaglast en draagkracht en die moeten in evenwicht zijn.’ Bij ons was de draaglast huizenhoog, maar onze draagkracht nam steeds meer af. We worstelden jaren door, totdat een hulpverlener van het AWBZ-team me erop wees dat Merlijn allang het lichte PDD-NOS stadium voorbij was. Hij raadde aan hem te laten testen bij het Autisme Team en daar kwamen we in een warm bad terecht. We kregen meteen een compliment dat we het ongelofelijk goed deden. Dat was een verademing, want als ouders leg je constant de schuld bij jezelf. Uit tests bleek dat Merlijn klassiek autisme heeft en duidelijk toegepaste hulp nodig had.
Inmiddels kijken Peter en ik anders naar het doen van tests bij een kind. Ja, het geeft het kind een stempel, maar het zorgt óók voor duidelijkheid. Als mensen mij verwijtend aankeken met ‘zij heeft haar kind niet onder controle’, zorgde mijn ‘hij heeft autisme’ meteen voor meer begrip.”

Hier praat je niet over
“Eigenlijk was Merlijn de laatste twee jaar thuis al niet meer te hanteren. In zijn boze buien was hij volledig ontoerekeningsvatbaar en een gevaar voor zichzelf en de omgeving. Als ouders stonden we 24 uur per dag op scherp. De schaal is glijdend, je past je steeds verder aan. Wat ons op de been hield, was dat Merlijn van nature een lief, aanhankelijk jongetje is. Hij vond zijn gedrag zelf ook afschuwelijk.

Noodkreet
Merlijn brak een keer zijn bril en moest daar later om huilen: ‘Mama, dit wil ik niet, maar mijn hersens doen dingen die ik niet kan stoppen’, zei hij. Dan breekt echt je hart als moeder. Vorig jaar zomer had hij zulke heftige woedeaanvallen dat hij niet meer te houden was. Zo’n drie keer per week belde ik de crisisdienst van de GGZ met de noodkreet: help mijn kind!

Agressie
“Een keer was een goede vriend van ons op bezoek die onze kinderen al van jongs af aan kent, toen Merlijn opgefokt raakte. Hans is een grote kerel, maar hij keek vol ongeloof naar de kracht van Merlijn. Hij zei toen: ‘Jeetje Annelies, ik had geen idee dat dit bij jullie thuis gebeurde.’ Nee, hier praat je niet snel over. Als je dit niet dagelijks meemaakt, kun je niet begrijpen hoe bang je bent als je kind zo agressief wordt. Je zit als het ware in het oog van een orkaan.

Overleven
“Die zomervakantie gingen we een maand naar ons vaste adresje in Frankrijk, normaal gesproken een plek waar Merlijn graag is, maar dit keer was hij elke dag boos en wilde niets anders dan achter een beeldscherm zitten. Na vier weken was ik doodop. Toen we weer thuis waren, hoorde de gezinshulp mij onderhandelen met Isabelle: zij moest die avond uit logeren, want Merlijn was overprikkeld. De gezinshulp schrok en sprak me aan: ‘Wat jullie doen, is niet meer leven, maar overleven.’ Dat klopte. We waren met z’n drieën keihard aan het watertrappelen om Merlijn hoog te houden, maar langzaam zakten we alle vier onder water. We moesten gaan nadenken over een uithuisplaatsing.

Lees ook  Oeps, foutje: afwasbare verf blijkt niet zo afwasbaar te zijn als de verpakking belooft

De druppel
“We begonnen met een tijdelijke opname van Merlijn in een kliniek voor kinderen met psychische problemen. Toen pas merkten we het verschil. Isabelle speelde weer thuis met vriendinnen, iets wat ze al jaren niet meer deed.

Brandjes blussen
De eerste week dat Merlijn daar zat, smeet hij woedend een kaars door de kamer. Zijn begeleiders vroegen hoe we het in hemelsnaam volhielden. Zijn agressie was zo groot. Hij was pas elf, hoe zou dat over een paar jaar gaan? ‘Niet’, zeiden wij, ‘daarom zitten we hier.’ In die weken dat hij daar was, beseften we dat de zorg voor Merlijn niet langer vol te houden was in een gewone gezinssituatie. We waren de hele dag brandjes aan het blussen en zorgen dat er geen gewonden vielen.

Uit huis
“Peter heeft eens drie uur met Merlijn bij de supermarkt gezeten omdat hij niet mee terug wilde. Bij mij was het de druppel toen ik ontdekte dat Isabelle een lijstje bijhield van de keren dat ze het huis uit was gevlucht vanwege Merlijn: ‘Dit wordt de tiende keer’, schreef ze op. Dat vond ik afschuwelijk en volstrekt ontoelaatbaar. Je kunt niet alles opofferen voor één kind. Vlak daarna is Merlijn definitief uit huis gegaan.”

Volop geluksmomenten
“Een volledige uithuisplaatsing voelt als falen; jij kunt niet voor je kind zorgen, maar een ander wel. Het hoort ook niet: een kind van elf dat op kamers gaat. Rationeel weet ik: dit is goed voor Merlijn. Maar ik heb vreselijk gehuild toen ik zijn tas inpakte met zijn kleding, knuffels en speelgoed. We moesten Merlijn onder valse voorwendselen meelokken naar zijn nieuwe adres, anders zou hij flippen en moest hij misschien onder politiebegeleiding het huis verlaten.

Zorgboerderij
“Het was ook hartverscheurend toen ik hem daar achter moest laten. Weggaan met een zo normaal mogelijk ‘dag Merlijn’, om geen drama te maken. Hij woont nu een jaar op de zorgboerderij en het gaat geweldig. We bellen twee keer per week op dinsdag en donderdag, en op zondag zien we hem. Die gesprekken zijn fijn, maar ook pijnlijk, want dan voel ik het gemis extra. Maar hij is gegroeid sinds hij uit huis is. Alles wat hij daar leert, hadden wij hem nooit kunnen geven.

Geluk
“Hij is van zijn beeldschermverslaving af en heeft amper nog woede-uitbarstingen. Die wetenschap maakt de keuze draaglijker. Toen hij thuis woonde, kende ik nauwelijks momenten van geluk en verbondenheid met hem; nu zijn die er volop. Als hij me ziet, word ik bijna fijn geknuffeld en er is ruimte om eens een uitstapje te maken en een ijsje te eten.

Trots
Laatst hadden we een evaluatiegesprek en toen werd ook Merlijns mening gevraagd. Hij gaf aan dat hij liever thuis was, maar hij zei: ‘Papa en mama hebben hier heel goed over nagedacht, dus ik snap dat ik nu hier moet wonen.’ Toen we dat hoorden, moesten we huilen, maar we waren ook enorm trots op onze stoere, grote en slimme jongen.”

Vreselijke ontdekking in Bonheiden: 17 honden gevonden in hun eigen uitwerpselen

Jonge moeder toont verwondingen: Dit is de waarheid achter de foto